Bloedverdunners

Bloedverdunners verdunnen eigenlijk het bloed niet, maar ze verminderen de mogelijkheid tot het stollen van bloed. Wat is nou precies stollen? Stollen betekend dat het bloed gaat klonteren en zo wordt het bloed als het ware ‘’dikker’’. Dit voorkomt dat als je een wond hebt je teveel bloed verliest. Vandaar dat men bloedverdunners ook wel antistollingsmiddelen noemen.

Waarom bloedverdunners

Helaas zijn er in Nederland veel mensen die deze middelen moeten slikken voor hun gezondheid.

antistollingsmiddelenZonder hebben ze kans op ernstige complicaties zoals bloedproppen in hart en bloedvaten, maar er zijn ook mensen die het voorgeschreven krijgen omdat ze een TIA of herseninfarct hebben gehad. Andere mensen hebben last van boezemfibrilleren of een longembolie. Antistollingsmiddelen kunnen ook worden voorgeschreven aam iemand die een beschadiging heeft aan een bloedvat, hierdoor kunnen stolsels ontstaan die los schieten en zo weer een hart of herseninfarct kunnen veroorzaken.

Het is voor artsen en patiënten van zeer groot belang dat ze snel de juiste dosis vinden. Bijvoorbeeld bij trombose is dit heel belangrijk. Het bloed moet ‘’dun’’ genoeg zijn om niet te stollen binnen in het lichaam, maar het mag ook weer niet te ‘’dun’’ zijn want dan kunnen ernstige inwendige, maar ook uitwendige bloedingen ontstaan met alle gevolgen van dien.

Er zijn drie soorten bloedverdunners verkrijgbaar:

  • bloedplaatjesremmers (trombocytenaggregatieremmers)
  • stollingsremmers of orale anticoagulantia (VKA’s)
  • directe orale stollingsremmers of anticoagulantia (DOAC)

Bloedplaatjesremmer
Bloedplaatjes zijn hele kleine cellen die zich in je bloed bevinden. Als er een beschadiging optreedt dan zullen de bloedplaatjes op de desbetreffende plek zich hechten aan de randen van de wond en aan elkaar. Zo gaat de wond dus dicht.

Bloedplaatjesremmers zijn de lichtste verdunners voor bloed, ze hebben ook de minste bijwerkingen. Wel kunnen er bloeduitstortingen en blauwe plekken ontstaan. Wonden kunnen langer gaan bloeden en er kunnen maag en darmbloedingen ontstaan.

Stollingsremmers of orale anticoagulantia
Dit zijn krachtige bloedverdunners. Ze verminderen de werking van vitamine K. Vitamine K speelt een zeer belangrijke rol bij het stollen van bloed. Pasgeboren baby’s hebben nog niet de mogelijkheid tot het zelf aanmaken van vitamine K, ze krijgen daarom vitamine K druppels tot dat ze 3 maanden oud zijn, vanaf dat moment kunnen ze zelf genoeg vitamine K produceren in hun lichaam. Ook volwassen met bepaalde aandoeningen kunnen vitamine K voorgeschreven krijgen. Vitamine K wordt door je lichaam zelf aangemaakt. Dit gebeurd in je darmen door bacteriën die zich daar bevinden. Vitamine K kun je onderverdelen is twee verschillende groepen. K1 en K2, K1 noemen ze phylloquinon. Deze kun je vooral vinden in plantaardige producten. K2 kom je vooral tegen in dierlijke producten. Ook voedingssupplementen bevatten vitamine K.

Bij VKA’s is het van groot belang dat de werking stabiel is. Het kan schommelen door het eten van bepaalde voedingsmiddelen of het slikken van medicijnen. Mensen die deze slikken moeten regelmatig de stollingstijd van hun bloed laten testen. Dit wordt gemeten in INR, dit staan voor international normalized ratio. Dit is een internationale meet methode voor de stolbaarheid van bloed. 1.0 is een normale waarde bij gezonde mensen die geen antistollingsmiddelen gebruiken. Bij mensen die dit wel gebruiken wordt er vaak gestreefd naar een waarde van 2.0 tot 4.0. Dit is weer afhankelijk van de reden waarom ze dergelijke middelen slikken.

Mensen die deze medicijnen slikken kunnen hun stollingswaarde laten controleren bij een trombosedienst in het ziekenhuis. Tegenwoordig kun je het ook zelf controleren, hiervoor dien je wel een cursus te volgen. Dit maakt het voor mensen makkelijker om bijvoorbeeld op vakantie te gaan.

In heel veel situaties is het belangrijk dat patiënten aangeven dat ze dergelijke middelen slikken. In geval van een operatie of na het ontstaan van een grote wond waardoor je veel bloed kunt verliezen. Juist om deze reden heeft de Trombosestichting Nederland  een antistollingspas gemaakt die patiënten kunnen aanvragen. Dankzij deze pas weten artsen en hulpinstanties dat iemand bloedverdunners gebruikt.

Directe stollingsmiddelen
Dit zijn net als VKA’s krachtige bloedverdunners, de afkorting voor deze antistollingsmiddelen is DOAC. Het zijn vrij nieuwe middelen die nog niet zo heel lang op de markt zijn. Ze remmen een specifiek iets in het stollingsproces. Ze zijn vaak makkelijker is gebruik dan andere middelen, maar ook deze medicijnen hebben gevaarlijke bijwerkingen zoals, spontane bloedingen of maag- en darmbloedingen. Voor de meeste bloedverdunners zijn er antidotum oftewel tegengif verkrijgbaar, maar voor DOAC’s niet.  Dit maakt ze extra gevaarlijk in het geval van een ernstige bloeding.